print this page

KMO’s: investeren in 2019 of uitstellen tot 2020?

09.07.2019

KMO’s met investeringsplannen doen er goed aan om deze eerder in 2019 dan in 2020 uit te voeren. Door het befaamde zomerakkoord wijzigen vanaf 01.01.2020, ongeacht het aanslagjaar, enkele fiscale maatregelen die een grote impact op het investeringsbeleid kunnen hebben.

Wat u nu in 2019 nog mag…

Wat investeringen betreft zijn voor KMO’s in 2019 de volgende regels van toepassing:

  • Bepaalde investeringen kunnen degressief afgeschreven worden, waardoor deze investeringen in de regel in de eerste jaren sneller worden afgeschreven dan wanneer zij lineair zouden afgeschreven worden. Deze maatregel geldt ook voor grote ondernemingen.
  • In het investeringsjaar mag de onderneming nog een volledige afschrijvingsannuïteit toepassen, alsof de investering al vanaf het begin van het boekjaar in haar bezit was.
  • Bijkomende kosten mogen naar eigen goeddunken afgeschreven worden: ofwel in 1 keer, ofwel samen met het betrokken actief ofwel volgens een eigen ritme.
  • Onder bepaalde voorwaarden kan de investering een gewone eenmalige investeringsaftrek van 20% genieten. De investeringsaftrek mag van de belastbare basis afgetrokken worden, waardoor hier geen belastingen op moeten betaald worden. Grote ondernemingen kunnen niet van deze gewone eenmalige investeringsaftrek genieten.


Mag u in 2020 niet meer

Indien de KMO dezelfde investering in 2020 doet, dan gelden de volgende regels:

  • Het stelsel van degressieve afschrijvingen dooft uit, waardoor nieuwe investeringen steeds lineair zullen moeten afgeschreven worden. Het afschrijvingsregime van bestaande investeringen blijft onaangetast.
  • De onderneming moet steeds pro rata temporis afschrijven en kan in het investeringsjaar niet langer een volledige afschrijvingsannuïteit toepassen. De onderneming zal bijgevolg in het investeringsjaar enkel kunnen afschrijven volgens het aantal dagen dat de investering in de onderneming aanwezig was.
  • Bijkomende kosten mogen enkel nog maar in 1 keer of samen met het betrokken actief afgeschreven worden. Het is niet langer mogelijk om bijkomende kosten volgens een eigen ritme af te schrijven.
  • De investeringsaftrek wordt (voorlopig) herleid van 20% naar 8%.


Daling belastingtarief aanslagjaar 2021

In 2020 (aanslagjaar 2021 – boekjaren vanaf 01.01.2020) zal het belastingtarief in de vennootschapsbelasting verder dalen van 29,58% naar 25% voor het normaal tarief en van 20,4% naar 20% voor het verlaagde tarief. Dit betekent dan ook dat kosten in 2019 een grotere belastingbesparing met zich meebrengen dan kosten in 2020.

Cijfers zeggen meer
 


Een KMO doet op 1 december 2019 een investering van € 250.000, degressief af te schrijven over 10 jaar. Aangezien zij in het investeringsjaar een volledige afschrijvingsannuïteit mag toepassen, kan zij € 50.000 in boekjaar 2019 in kost nemen en, indien voldaan aan de voorwaarden, bovendien van een investeringsaftrek van € 50.000 genieten. Indien zij aan het gewone tarief vennootschapsbelasting onderworpen is, bespaart zij hierdoor € 29.580 belastingen.

Voert de KMO deze investering pas uit op 1 december 2020, dan kan zij hoogstens pro rata temporis en lineair afschrijven, waardoor zij in boekjaar 2020 slechts € 2.117,49 in kost kan nemen en, indien voldaan aan de voorwaarden, bovendien van een investeringsaftrek van slechts € 20.000 kan genieten. Indien zij aan het gewone tarief vennootschapsbelasting onderworpen is, bespaart zij hierdoor € 5.529,37 ofwel € 24.050,63 minder dan wanneer zij de investering in 2019 had gedaan.

Zoals uit bovenstaand cijfervoorbeeld mag blijken doet een KMO er goed aan om investeringsplannen eerder in 2019 dan in 2020 uit te voeren.

 

Terug naar het overzicht